Vertalen.nu
Vraagbaak
Inloggen
Vertalen
Zinnen vertalen
Woordenboek
Vervoegen
Zinnenboek
Mijn Vertalen.nu
Nederlands
Engels
Frans
Duits
Spaans
Italiaans
Portugees
Deens
Zweeds
Latijn
Nederlands
Engels
Frans
Duits
Spaans
Italiaans
Portugees
Deens
Zweeds
Latijn
Vertaling van
Heimat-
Inhoud:
woordenboek
|
gerelateerd
|
Duits
Nederlands
häuslich
,
heimisch
,
traut
,
Heim-
,
Heimat-
{bn.}
eigen
huiselijk
vertrouwd
Haus
[o]
(das ~)
,
Heim
[o]
(das ~)
,
Wohnung
[v]
(die ~)
,
Zuhause
[o]
(das ~)
,
Heimat
[v]
(die ~)
{zn.}
thuis
tehuis
Zuhause
bleiben ist langweilig.
Thuis
blijven is saai.
Wart ihr gestern Abend
zuhause
?
Waart gij gisteravond
thuis
?
Heimat
[v]
(die ~)
,
Vaterland
[o]
(das ~)
{zn.}
vaderland
Gerelateerd aan
Heimat-
synoniemen
häuslich
-
heimisch
-
traut
-
Heim-
-
Haus
-
Heim
-
Wohnung
-
Zuhause
-
Heimat
-
Vaterland