Vertaling van honest
eerlijk
eerzaam
fatsoenlijk
net
rondborstig
waarheidlievend
straight
eerlijk
trouwhartig
oprecht
Voorbeelden in zinsverband
Let's be honest.
Laat ons eerlijk zijn.
A man must be honest.
Een man moet eerlijk zijn.
He is poor, but honest.
Hij is arm, maar eerlijk.
The boy is very honest.
De jongen is heel eerlijk.
We think that he's honest.
We denken dat hij eerlijk is.
Him, honest? What a joke!
Hij eerlijk? Laat me niet lachen!
He seems to be honest.
Hij lijkt eerlijk te zijn.
We consider Tom to be honest.
We veronderstellen dat Tom eerlijk is.
They believe that Jane is honest.
Ze geloven dat Jane eerlijk is.
We think Tom an honest man.
Wij denken dat Tom een eerlijk man is.
It appears that he is honest.
Het lijkt dat hij eerlijk is.
I think he's an honest man.
Ik denk dat hij een eerlijk iemand is.
She is not only kind but honest.
Ze is niet alleen aardig, maar ook eerlijk.
She is not honest at all.
Zij is helemaal niet eerlijk.
An honest man never steals money.
Een eerlijk man steelt nooit geld.