Vertaling van lying
Inhoud:
Engels
Nederlands
lying, prone, recumbent {bn.}
liggend
platliggend
platliggend
to lie, to tell a lie {ww.}
liegen
Don't lie, Honey.
Niet liegen liefste.
We two know that you two lie.
Wij tweeën weten dat jullie tweeën liegen.
to lie, to recline {ww.}
liggen
Twice a week the gardener would come to mow the grass, so I could never lie and read in the long grass.
Twee keer in de week kwam de tuinman om het gras te maaien, daarom kon ik nooit in het lange gras liggen.
to lie {ww.}
liggen
to lie, to lie down {ww.}
neervlijen
to lie {ww.}
liggend
to lie {ww.}
liggen
aanliggen
aanliggen
Voorbeelden in zinsverband
Engels
Nederlands
He hated lying.
Hij haatte liegen.
She is lying about her age.
Ze liegt over haar leeftijd;
When he came to, he was lying in the park.
Toen hij bijkwam, lag hij in het park.
He was lying there with his legs tied together.
Hij lag daar met zijn benen samen gebonden.
I don't believe Naomi. I think she's lying.
Ik geloof Naomi niet; ik denk dat ze liegt.
I saw a young man lying on the bench under the cherry tree in the park.
Ik zag een jonge men liggen op de bank onder de kerselaar in het park.
The seal was lying on the sandbank
De zeehond lag op de zandbank