Vertaling van almorzar
Inhoud:
Spaans
Nederlands
almorzar, comer {ww.}
het middagmaal gebruiken
Voorbeelden in zinsverband
Spaans
Nederlands
Planeo almorzar con él.
Ik ben van plan samen met hem te lunchen.
Es hora de almorzar.
Het is tijd voor het middageten.
Me lavo las manos antes de almorzar.
Ik was mijn handen voor de lunch.
No tengo tiempo suficiente para almorzar hoy.
Ik heb vandaag niet genoeg tijd om te lunchen.