Vertaling van rêve
je rêve
il/elle rêve
ik droom
hij/zij/het droomt
» meer vervoegingen van dromen
Voorbeelden in zinsverband
Je vis mon rêve.
Ik leef mijn droom.
J'ai un rêve.
Ik heb een droom.
Elle rêve de devenir infirmière.
Het is haar droom verpleegster te worden.
J’ai fait un rêve horrible.
Ik heb afschuwelijk gedroomd.
Je rêve de devenir enseignante.
Ik droom ervan een leraar te worden.
Le rêve est devenu réalité.
De droom is werkelijkheid geworden.
Mon rêve est de partir au Japon.
Het is mijn droom naar Japan te gaan.
Devenir pâtissier était un rêve d'enfant.
Ik droomde er al van jongs af aan van om banketbakker te worden.
Mayuko a fait un rêve étrange.
Majoeko heeft vreemd gedroomd.
Mayuko a fait un rêve étrange.
Majoeko heeft vreemd gedroomd.
Son rêve est de visiter Paris.
Haar droom is om Parijs te bezoeken.
J'eus un rêve à son sujet.
Ik heb over hem gedroomd.
La nuit dernière, j'ai fait un rêve bizarre.
Ik had een rare droom vannacht.
Je rêve d'une vie tranquille à la campagne.
Ik droom van een rustig leven op het platteland.
Mon rêve c'est de voyager dans une navette spatiale.
Mijn droom is om in een spaceshuttle te reizen.