Vertaling van charme

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
charme [m], bekoring [v], bekoorlijkheid [v] {zn.}
charme [m]
bekoring [v]
bekoorlijkheid [v] {zn.}
Muziek heeft de charme om een wild beest te kalmeren.
Muziek heeft de charme om een wild beest te kalmeren.
charme [m], liefelijkheid [v] {zn.}
charme [m]
liefelijkheid [v] {zn.}
charme [v] (de ~), bekoring [v] (de ~), lieftalligheid, beminnelijkheid, bekoorlijkheid [v] (de ~), aanvalligheid, aanminnigheid {zn.}
charme [v] (de ~)
bekoring [v] (de ~)
lieftalligheid
beminnelijkheid
bekoorlijkheid [v] (de ~)
aanvalligheid
aanminnigheid {zn.}